Binnenkort op logo banner NG smal in hoogte:  
 - Veel moois in Ubbergen 
 - Veel mooie panden in Beek    
 - Het ontstaan van de Broerdijk   
 - Kerken in Lindenholt

Weurt, Jonkerstraat

Op deze pagina staan de objecten in/aan de Jonkerstraat in Weurt:

Klik op het item wat u wilt zien voor directe toegang of scroll door alle artikelen van deze straat. Via het balletje met pijl rechts onderaan komt u hier weer terug (browsers in Windows).   

Klik hier of op een onderstaande foto om terug te gaan naar de pagina Weurt.    


   

   

   

   

   

   

   

   

   

  

   


   
   
   
   
   
Boerderij

DSC 1924 Jonkerstr 20 3 edited naamBoerderij aan de Jonkerstraat in Weurt.  

Gebouwd in de 18e eeuw, met woongedeelte parallel aan de weg en haaks daarop gebouwd het bedrijfsgedeelte. Het is een gepleisterd woonhuis onder rieten schilddak. Rechts is een opkamer. De vensters zijn uitgevoerd met luiken en zesruitsschuiframen. De deuromlijsting met gesneden consoles onder het hoofdgestel.

Deze boerderij is een rijksmonument.

datum foto: 28-09-2016 
bron foto: Paul Marsman© 



   
Villa Buitenhof

Aan de Jonkerstraat in Weurt op de hoek met de Van Heemstraweg is deze villa te vinden.

Historie en ligging:
Volgens de "eerste steen" (tekst luidt: Th.A. Burgers en A.M. Minke, gebouwd 1893), die zich rechts in het portiek bevindt, is villa "Buitenhof" gebouwd in 1893. Het pand kreeg van meet af aan een sterk representatieve uitstraling, welke de bijzondere status van haar opdrachtgever onderstreepte. Th. Burgers was dan ook directeur van de steenfabrieken "De Bunswaard" in Beuningen en de "Turkswaard" te Druten. De villa kreeg in haar eerste opzet, waarvan fotot's bewaard zijn gebleven, een voor een plattelandsvilla in dit gebied gebruikelijke opzet, met een tweelaags voorhuis en een lager achterhuis, dat in het geval waarbij men ook op agrarisch gebied actief was vaak werd gebruikt als bedrijfsruimte voor opslag van landbouwwerktuigen en/of agrarische produkten, terwijl het vaak ook als onderkomen diende voor personeel met daarbij behorende ruimten zoals de keuken, opslag en dergelijke. In de late 19de eeuw werden in Weurt diverse villa's met een dergelijke opzet gebouwd (Huize Weurt, Zonnekamp en villa Roozenburg alle aan de Pastoor van der Marckstraat en villa het Kasteel tegen over dit huis), de laatste ook op initiatief van de baksteenfabrikanten Burgers.

DSC 1922 Jonkerstr 1 3 edited naamBij de villa Buitenhof is kort na de bouw, in respectievelijk 1911 en 1918 een aantal verbouwingen uitgevoerd, waardoor het huis thans een vroeg 20ste eeuwse uitstraling bezit, vermengd met laat 19de eeuwse elementen. Rechts sluit op het achterhuis een ernaast gelegen koetshuis aan. In haar oorspronkelijke opzet bezat het pand een blokvormig tweelaags voorhuis met een omlopend schilddak gedekt met gesmoorde kruispannen en een houten dakkapel met fronton en klauwstukken boven de middenas van de symmetrisch ingedeelde voorgevel. De opzet van het voorhuis, met een streng symmetrische voorgevel en hoekpilasters, met een licht risalerende middenpartij en boven het ingangsportiek een klassiek vormgegeven balkon met houten kroonlijst en houten balustrade op gepleisterde consoles herinnert nog aan de neoclassicistische architectuur in dit gebied, waarvan nog voorhuizen van grote T-boerderijen en pastorieën bewaard zijn gebleven. De detaillering van de gevels sluit echter aan bij de in de late 19de eeuw, vooral ook in steden als Nijmegen, sterk in zwang zijnde neo-renaissance architectuur, met segmentbogen met boogtrommels met siermetselwerk boven de vensters en gepleisterde speklagen. Het koetshuis rechts naast het achterhuis behoorde ook al tot deze oorspronkelijke opzet.

De verbouwing uit 1911 zorgde er voor dat het streng opzette gebouw werd omgevormd tot een huis met een meer schilderachtig aanzien, zoals dat in deze streken vanaf omstreeks 1900 populair werd. Deze veranderingen vallen in stilistisch opzicht onder de term chaletstijl. Bij deze bouwstijl werd een schilderachtig opgezette bouwmassa aangekleed met serre's, erkers en topgevels met veel sierlijk vormgegeven houtwerk (schijnspanten, goten op korbeelstellen, houten veranda's en serre's). Het voorhuis van "Buitenhof" kreeg bij deze verbouwing een aangepaste omgebogen dakvoet, die over de gevels heen werd gestoken en werd ondersteund met gebogen korbeelstellen. De pannendekking maakte plaats voor een leibedekking en boven de middenas van de voorgevel werd een Vlaams geveltje (stenen dakkapel, als voortzetting van de gevel) met een zadeldakvormig steekkapje met schijnspant toegevoegd. Nog ingrijpender was de verbouwing van het achterhuis dat aan de noordzijde bij de aansluiting op het voorhuis licht werd uitgebouwd en met één bouwlaag en een topgevel verhoogd. Ook deze topgevel kreeg een met leien gedekt overstekend zadeldak met een rijk uitgevoerd sierspant. Een bewaard gebleven tekening van deze verbouwing geeft tegen deze uitbouw in de zijgevel van het achterhuis een voor de chaletstijl gebruikelijke houten serre met balkon aan. Thans bevindt zich hier echter een driezijdig gesloten bakstenen erker. In het interieur vonden volgens deze tekeningen ook wijzigingen plaats, met name wat betreft het trappenhuis, dat in haar huidige staat voorzien is van detailleringen met Jugendstil-invloeden, welke dus zeer wel in deze periode tot stand kan zijn gekomen.


Volgens een tekeningen uit 1911 had het pand bij die verbouwingen tegen de voorgevel nog niet haar huidige erker met gebogen wand, terwijl ook het oude balkon ongemoeid werd gelaten. Het huidige balkon met troggewelf en natuurstenen omlijsting met de naam "Buitenhof" en de erker met gebogen wand zullen derhalve, mogelijk tegelijkertijd met de huidige driezijdige erker tegen de in 1911 verbouwde noordgevel tot stand zijn gekomen bij de tweede verbouwing in 1918, waarbij het pand uiteindelijk het uiterlijk kreeg dat thans nog voorhanden is.

Door deze verbouwingen is een huis met een op het eerste gezicht zeer ingewikkelde opzet ontstaan. In de jaren '20 is achter het huis een klein tuinhuisje toegevoegd met een fraai vormgegeven voorgevel. Ook na de Tweede Wereldoorlog hebben er partiële verbouwingsactiviteiten plaats gevonden. De villa is gelegen in een fraai aangelegde tuin aan de Van Heemstraweg (zuidzijde), waar de Jonkerstraat, bij de Van Heemstraweg uitkomt. Hoog, monumentaal geboomte (rode beuken en treurbomen) aan weerszijden van het naar de voorgevel leidende grintpad nemen het zicht op de villa in enige mate weg. Deze tuin is in oorsprong veel groter geweest en strekte zich in noordelijke richting uit.

In het begin van de 20ste eeuw werd op dit terrein zelfs nog een gebouw toegevoegd, dat blijkens een gevelsteen in 1906 werd gebouwd. Het is een nog bestaande pand met mansardedak aan de Van Heemstraweg. Beide panden zijn bij de aanleg van de Van Heemstraweg, dwars over het terrein van Burgers, door deze straat van elkaar gescheiden.

Beschrijving:
De villa bestaat uit een tweelaags L-vormig hoofdgedeelte en een éénlaags achterhuis in hun geheel hoofdzakelijk opgetrokken op een rechthoekige plattegrond. Aan de zuidzijde maakt de gevel ter plaatse van de overgang van het tweelaags voorste gedeelte en het éénlaags achterhuis een sprong naar buiten. Aan de noordzijde ligt echter het achterhuis weer terug ten opzichte van de zijgevel van het tweelaags gedeelte. Op dit blok sluit verder een koetshuis op rechthoekige grondslag aan, welke deels in de zuid-oost hoek van het achterhuis van de villa grijpt. Het tweelaags gedeelte heeft een omlopendschilddak met op de Vlaamse gevel midden boven de voorgevel een zadeldakvormige steekkap met onder gebogen uitgevoerde dakvlakken en aan de noordzijde links ook een zadeldakvormige steekkap over de topgevel met eveneens gebogen vlakken. Beide steekkappen sluiten aan de voorzijde af met een rondboogvormig schijnspant met gesloten boogzwikken op gebogen uitgevoerde korbeelstellen met steunen met kruisschoren. Het schilddak heeft een houten bakgoot met groot overstek, eveneens op gebogen korbeelstellen. De dakschilden worden afgedekt met mastiekshingles en aan de zuidzijde bij de aansluiting op het koetshuis door leien in maasdekking. Het schilddak van het éénlaags achterhuis is gedekt met gesmoorde kruispannen en heeft een bakgoot op klossen. Op het zuidelijke dakvlak van het achterhuis staat rechthoekige dakkapel met plat en 4-ruits stolpraam.

Het koetshuis heeft een zadeldak met boven de topgevels een overstek met windveren op klossen met in de top een makelaar en haanhout. Op dit dak liggen eveneens gesmoorde kruispannen. De dakvoet sluit af met een mastgoot.

Het huis heeft een gepleisterde plint, afgesloten met een waterlijst met ojiefprofiel, bakstenen gevels in kruisverband met segmentbogen met gepleisterde geboortestenen en sluitsteen met diamantkop boven de vensters (met uitzondering van de vensters in de erkers). Het muurwerk van de eerste bouwlaag wordt verlevendigd door drie gepleisterde speklagen (ter hoogte van onderdorpel, wisseldorpel en bovendorpel van de vensters) en het muurwerk van de tweede bouwlaag door twee speklagen (ter hoogte van onder- en bovendorpel) en gepleisterde blokken in de vensterdagkanten ter hoogte van de wisseldorpels. Onder de vensters van de eerste bouwlaag loopt rondom een gepleisterde waterslaglijst, die ter plaatse van de vensters tevens dienst doet als lekdorpel. Tussen de vensters en het plint bevindt zich (met uitzondering van de erker) telkens een rechthoekig verdiept veld met siermetselwerk. Ook de boogtrommels van de vensters bezitten siermetselwerk. De gevels sluiten af met een geprofileerde gepleisterde architraaflijst en bakstenen fries, met daarboven de fors overstekende goot.

De voorgevel had oorspronkelijk een symmetrische indeling, waaraan dus in 1918 de segmentvormige erker aan de rechterzijde is toegevoegd. Op de gevelhoeken bevindt zich een hoekpilaster, welke bij de zijgevels omhoekt. De middenas van de voorgevel is licht risalerend uitgevoerd. De zich in het midden bevindende rijk geornamenteerde voordeur (uitgevoerd in blank gelakt hout met een forse weldorpel, drie hoge panelen, 3 kleine panelen met metalen siervullingen en 3 raampjes, gevat onder een schouderboogvormige deklijst met tandlijst) bevindt zich in een portiek. De deur heeft een bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. In het portiek een hardstenen bordes met hardstenen traptrede ervoor. Het portiek is overdekt door een bakstenen segmentboogvormig gewelf, dat zich ook buiten de gevel voortzet als ondersteuning van het balkon. Het balkon steunt verder op twee natuurstenen voluutvormige consoles en heeft aan de voorzijde een natuurstenen paneel waarin de naam BUITENHOF is uitgespaard en door een blauwzwarte tint opgehoogd. Het balkon heeft bakstenen hoekposten met natuurstenen bekroningen en een ijzeren eenvoudig hekwerk.

Links van de voordeur bevinden zich twee vensters met schuiframen, waarvan de bovenlichten een 3-ruits verdeling bezitten. De gebogen erker rechts van de deur heeft drie door natuurstenen lateien afgesloten vensters met schuiframen met 3-ruits bovenlichten. De erker sluit af met een bakgoot op klossen en een met leien gedekt dakje.

Op de verdieping bevindt zich in het midden een dubbele balkondeur met panelen en ramen en een enkelruits bovenlicht, gevat onder een rondboogafsluiting met boogtrommel met siermetselwerk. Aan weerszijden van het balkon bevinden zich in de beide gevelflanken twee vensters met T-schuiframen. Boven de balkondeuren bevindt de topgevel met het sierspant. In de topgevel is een venster opgenomen met een halfronde bovenafsluiting en drievoudig raam met bovenlichten. Aan weerszijden van deze dakkapel bevindt zich een kleine dakkapel met een driezijdige afsluiting aan de bovenzijde en halfrond raampje.

De linker zijgevel vertoont ook latere bouwsporen, zoals het venster aan de rechter zijde en de erker aan de linker zijde van de gevel. Deze gevel is verdelen in een tweeassig rechter gedeelte en een éénassig linkerdeel, met onder een driezijdig gesloten erker en boven een topgevel met sierspant. Het rechter deel heeft onder alleen links een venster onder een segmentboog met gewijzigd raam. De tweede bouwlaag heeft rechts een blind venster en links een venster met gewijzigd raam. Dit venster strookt overigens wat betreft de positie in de gevel niet met het venster eronder, maar zit meer naar links verschoven. Het linker deel heeft onder een gemetselde erker met balkon. De erker sluit boven af met een bakstenen balustrade met openingen, afgesloten door schijnbogen. Deze balustrade sluit af met een hardstenen deklijst. De deur- en vensteropeningen in deze erker sluiten af met een strek met een getoogde onderzijde. De boogtrommel is telkens voorzien van een houten rolluikbak, met geschulpte onderzijde. In de schuine linker sluitingszijde van de erker zitten dubbele tuindeuren met paneel en raam en 3-ruits bovenlicht, in de voorzijde bevindt zich een venster met schuifraam met 5-ruits bovenlicht en in de rechter sluitingszijde een venster met schuifraam met 3-ruits bovenlicht. Op de verdieping bevindt zich een balkondeuropening onder een segmentboog met dubbele balkondeuren met ramen en een getoogd enkelruits bovenlicht. De topgevel heeft een halfrond venster met kozijn met twee tussenstijlen en enkelruits ramen.

De rechter zijgevel van het tweelaags gedeelte is smaller dan de linker zijgevel en heeft twee vensterassen. De eerste bouwlaag heeft twee vensters met T-schuiframen met in de boogtrommels houten rolluikbakken. De tweede bouwlaag heeft links een blind venster en rechts een venster met een niet oorspronkelijk raam (stolpraam met enkelruits bovenlicht).

Het éénlaags achterhuis heeft eveneens bakstenen gevels in kruisverband. Het is opmerkelijk dat alleen de achtergevel en de linker zijgevel zijn voorzien van drie gepleisterde speklagen. De rechter zijgevel, welke aansluit op het koetshuis heeft geen speklagen. Wel is hier de waterlijst onder het venster doorgetrokken. Verder sluiten de beide andere gevels af met een gepleisterde architraaflijst, gepleisterd fries en een geprofileerde houten kroonlijst met bakgoot, terwijl de rechter zijgevel slechts met een houten bakgoot op klossen afsluit. De rechter zijgevel heeft links een venster met T-schuifraam en rechts een smalle deuropening met vlakke deur met enkelruits bovenlicht. Beide openingen sluiten af met een strek. De linker zijgevel van het achterhuis heeft één venster, afgesloten door een segmentboog met sluitsteen met diamantkop en een gemetselde boogtrommel. Het kozijn heeft een T-schuifraam. De achtergevel van het achterhuis heeft rechthoekige lagere uitbouw met plat dak welke iets naar links ten opzichte van de middenas verschoven tegen de gevel staat. Op de bakstenen gevels van deze uitbouw zijn de speklagen voortgezet. De uitbouw heeft een paneeldeur met ramen met smeedijzeren glasbeschermers en een enkelruits bovenlicht en links daarvan een klein venster onder een rollaag met draairaampje en diefijzer. Rechts van de uitbouw bevindt zich een brede rechthoekige opening met dubbele tuindeuren met een paneel en raam en bovenlicht en zijlichten met bovenlichten. Links van de uitbouw bevindt zich een segmentboogvenster met gewijzigde raamindeling.

Vanwege de bestemmingswijziging van het koetshuis zijn diverse verbouwingen uitgevoerd. Het zadeldak van het koetshuis heeft zowel voor- als achter een schijnspant, bestaande uit een doorgestoken makelaar en haanhout. Het koetshuis heeft bakstenen gevels in kruisverband. Tegen de linker zijgevel staat een bakstenen afsteek onder lessenaarsdak, dat op het hoofddak aansluit. De gevels (met uitzondering van de voorgevel) worden verlevendigd door een speklaag. Een speklaag bevindt zich ook in beide topgevels. De voorgevel heeft twee vensters onder strekken met 4-ruits schuiframen en bakstenen lekdorpels (latere aanpassing). De topgevel heeft een rondboogvenster met draairaam met halfrond bovenlicht. In de rechter zijgevel bevindt zich een venster met strek en een smalle deur. De achtergevel heeft een brede inrijdoorgang met twee schuifdeuren met in het bovendeel 6-ruits ramen. Daarboven bevindt zich een segmentboogvenstertje en een oculus in de topgevel met radraam. Links hiervan een later ingebroken rechthoekig liggend raam. De afsteek heeft onder andere een opgeklampte deur met 2-ruits bovenlicht.

Interieur:
De representatieve ruimten in het inwendige hebben een zorgvuldige detaillering gekregen. De vertrekken zijn merendeels voorzien van fraai gedecoreerde stucplafonds en geprofileerde binnenbetimmeringen. In de hal bevindt zich een marmeren vloer en lambrizering, die deels uit inlegbanden van diverse marmersoorten bestaat. Het plafond is met de betimmeringen in de hal uitgevoerd in art-nouveau (Jugendstil). Aan de rechter zijde in de hal een fraaie trappartij. Het achterhuis heeft soberder uitgevoerde 19de eeuwse detailleringen betreffende deuren, vloeren en plafonds. In het huisarchief van de villa bevindt zich een tekening van de "Buitenhof", welke mogelijk is gemaakt in verband met de voorgenomen verbouwing van 1911 en verder oude exterieurfoto's van het huis in haar oorspronkelijke opzet.

Tuin met bijgebouwen:
In de fraai aangelegde tuin staat rechts achter een klein bakstenen tuinhuis met een rieten schilddak, daterend uit de jaren '20 van de 20ste eeuw. Hiervan is echter alleen de voorgevel nog gaaf bewaard gebleven, maar deze is van een dusdanige ontwerpkwaliteit, dat deze een vermelding waard is. De gevels zijn opgemetseld in baksteen in halfsteens verband, met een uitspringende plint met rollaag. De voorgevel heeft in de middenas een luifel onder een zadeldakvormige steekkap, eveneens gedekt met riet. De steekkap met een houten topgevel (met een vulling met kraaldelen) rust op vierkante houten hoekpijlers en bakstenen lisenen bij de muur. De pijlers en lisenen staan op haaks op de gevel gemetselde voetmuurtjes. Onder de luifel in de gevel bevindt zich een deur met paneel en 9-ruits raam. Links en rechts in de voorgevel bevindt zich verder een klein zeshoekig venstertje omgeven met siermetselwerk.

Architectuurhistorische waarde:
Een zeer markante, complexmatige villa, tot stand gekomen na diverse, snel op elkaar volgende verbouwingen vanuit een T-boerderijachtige kern met aangebouwd koetshuis. Deze verbouwingen zijn thans nog behoorlijk goed afleesbaar aan de gevels, waarin elementen uit verschillende perioden tot in zijn verwerkt. De huidige villa is een goed voorbeeld van een villatype dat rond de eeuwwisseling zeer populair werd, met een schilderachtige opzet, gerealiseerd door gebruik van topgevels met houten sierspanten en toepassing van bouwdelen van verschillende hoogten. Erkers en serres maken dit ingewikkelde en schilderachtige beeld compleet. Het pand heeft dus een interessante bouwgeschiedenis en bezit veel waardevolle bouwonderdelen, ook in het interieur, deels daterend uit de Jugendstil-periode.

Situeringswaarde:
De villa met bijgebouwen is gelegen op de hoek van de Jonkerstraat en de Van Heemstraweg, omgeven door een fraaie tuin met monumentaal geboomte en vormt samen met de op de andere hoek gelegen villa Het Kasteel, ook door een tuin met monumentaal geboomte omgeven, de monumentale entree van dit deel van het dorp.

Dit pand is een door de gemeente Beuningen, waartoe Weurt al vanaf begin van de 19e eeuw toe behoort, aangewezen gemeentelijk monument.

datum foto: 28-09-2016
bron foto: Paul Marsman©    



   
Villa Het Kasteel   

Deze villa staat aan de Jonkerstraat in Weurt.

Historie en ligging:
De door een ruime, fraaie tuin omgeven villa is gelegen op de hoek van de Jonkerstraat en de Van Heemstraweg (ten zuiden van de Van Heemstraweg). Het huidige huis herbergt in zich de kern van een in 1873 voor de baksteenfabrikant Th. Burgers en zijn vrouw Wilhelmina Braam gebouwde villa, welke destijds blijkens oude foto's gepleisterde gevels had. Deze villa, een tweebeukig huis met dubbele schildkappen was echter ook al ouder, zodat ook het jaartal 1873 betrekking heeft op een verbouwing. Al in 18de eeuwse stukken is sprake van een huis met de naam "Kasteel". Blijkens een in de voorgevel aanwezige gevelsteen is deze in 1873 verbouwde villa in 1913 in opdracht van A.W. Burgers opnieuw verbouwd, waarbij het gehele huis is voorzien van een omklamping in baksteen, met een nieuwe kap en grotendeels nieuwe detaillering. De oude kozijnen inclusief natuurstenen lekdorpels liet men zitten en men voegde hier nieuwe natuurstenen lekdorpels aan toe. De ramen werden voor een groot deel vervangen. Alleen in de beide zijgevels van het voorhuis bleef een 6-ruits empire schuifraam, deels (links) of geheel (rechts) bewaard.

DSC 1923 Jonkerstr 2 3 edited naamDe invloedrijke baksteen fabrikantenfamilie Burgers heeft in Weurt diverse bouw- en verbouwprojecten ondernomen dan/wel ondersteund, waarbij men natuurlijk op goedkope wijze aan bouwmateriaal (met name baksteen) kon komen. Zo zijn ze ondermeer betrokken geweest bij de bouw- en verbouw van de villa Jonkerstraat 1 (tegenover deze villa en onlangs beschreven op deze site), de verbouw van Huize Weurt, het klooster en de kerk te Weurt. Voor de beide laatste gebouwen schonk men grote hoeveelheden baksteen en gebakken profielsteen uit eigen fabriek.

De villa met de naam "KASTEEL" is uitgevoerd in een zakelijke stijl, met enige verwijzingen naar de landhuizen van K.P.C. de Bazel (o.a. kapvorm en koepeltorentje op nok van het dak), die in die periode op veel plaatsen in het land werden opgetrokken. Toch zijn in het gebouw ook nog wel elementen aanwezig welke verwijzen naar laat 19de eeuwse historiserende architectuur. Deze "ouderwetse" elementen zijn voor een deel te verklaren uit het feit dat men geen algehele nieuwbouw pleegde, maar een oudere villa uit het derde kwart van de 19de eeuw in de nieuwbouw opnam. Toch heeft de villa een duidelijk "dorpse" opzet, want het geheel bestaat uit een fors tweelaags hoofdhuis, met daaraan vastgekoppeld een éénlaags achterhuis, een type dat is afgeleid van de T-boerderij. In Weurt zijn meerdere villa's uit de late 19de- en vroege 20ste eeuw op deze wijze opgezet (Huize Weurt, villa Roozenburg, huis Zonnekamp, alle aan de Pastoor van der Marckstraat en villa Buitenhof aan de Jonkerstraat).

Beschrijving:
De villa bestaat uit een rechthoekig, tweelaags voorhuis met tegen de voorgevel links een forse erker met afgeronde hoeken en verder een tegen de achtergevel geplaatst rechthoekig éénlaags achterhuis.
Het voorhuis heeft een schilddak met onder geknikte dakvlakken, gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De nokeinden hebben een houten uilebord met halfrond raampje, bekroond door een zinken broekstuk met krul. Op de nok staat een achtzijdig klokketorentje met een met leien in Maasdekking beklede onderbouw, houten open lantaarn en een met zink gedekt koepeldak met piron.
Het stenen dakhuis van de voorgevel heeft een schilddakvormige steekkap met dito dekking en zinken piron met bol op het nokeinde.

Op de beide zijschilden van het dak staat een bakstenen schoorsteen en een kleine dakkapel met schilddakje (ook met piron op nokeinde) en stolpraam. Het dak en de steekkap zijn beide voorzien van houten bakgoten met een geprofileerde gootlijst en overstek op geprofileerde klossen. Het achterhuis heeft een omlopend afgeplat schilddak, aansluitend op de achtergevel van het voorhuis. In de achtergevel bevindt zich een stenen dakhuis met zadeldakvormige steekkap met windveren. Het dak heeft op de zijschilden een dakkapel met plat dak, zinken wangen en draairaam.
Verder is het dak gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen en voorzien van bakgoten op klossen.

De gevels van het huis zijn opgetrokken in baksteen in halfsteens verband, op een bakstenen plint met trasraam, afgesloten door een rollaag. De vensters van het voorhuis sluiten af met een strek en zijn voorzien van dubbele hardstenen lekdorpels. De voorgevel is vijfassig met in de middenas een brede voordeurpartij met kozijn met hardstenen neuten en onderdorpel. In het kozijn een dubbele paneeldeur met in de panelen fraai houtsnijwerk. Het bovenlicht is enkelruits. Naast de deur bevindt zich rechts een hardstenen gevelsteen met de tekst: "Gebouwd 1873 Th. Burgers Wilh. Braam, Verbouwd 1913 A.W. Burgers".

Voor de deur een hardstenen stoeptrede en boven de deur een vlakke luifel. Links naast de deur bevindt zich een forse, ver naar voren springende erker op rechthoekige grondslag met afgeronde hoeken. De erker heeft een bakstenen onderbouw en een houten bovenbouw, bestaande uit een doorgaand kozijn met tussenstijlen en vast kalf, welke in totaal tien enkelruits ramen bevat en in de voorgevel dubbele tuindeuren met grote ramen. Alle ramen hebben een enkelruits bovenlicht met sober glas-in-lood. De tuindeuren hebben een tweevoudig bovenlicht met sober glas-inlood.
De gebogen hoeken hebben ook een gebogen raam met een gebogen uitgevoerd bovenlicht. Het bakstenen plint sluit onder het kozijn af met een hardstenen rechthoekige waterlijst. Boven het kozijn bevindt zich een vlakke frieslijst een geprofileerde kroonlijst. Het platte dak met afwatering naar de rondomlopende goot had oorspronkelijk een balkonhek. Het balkon was toegankelijk via de balkondeur met luifel boven de voordeur.

Rechts van de deur bevinden zich twee vensters met oudere kozijnen en een schuifraam met 8-ruits bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. De tweede bouwlaag heeft in de middenas een opening met dubbele balkondeuren met per deurvleugel een paneel onder en boven een 2-ruits raam. Aan weerszijden hiervan bevinden zich twee lage vensters met 4-ruits stolpraam. De voorgevel (en ook de overige gevels) wordt onder de gootlijst afgesloten door een bakstenen architraaflijst en fries met siermetselwerk in ruitpatronen met kleine, ruitvormige uitspringende gedeelten. Bij de middenas van de voorgevel wordt dit fries en de goot onderbroken door het hoger opgetrokken muurwerk van het verder blind uitgevoerde dakhuis, met in de voorgevel ter hoogte van de gootlijst een hardstenen paneel met in reliëf de naam "KASTEEL". Het muurwerk van dit dakhuis sluit af met een reeks uitspringende baksteenkoppen onder de gootlijst.

Hoewel de zijgevels ook vrij breed zijn, zijn hierin slechts twee vensterassen opgenomen. Een groot deel is blind uitgevoerd. Deze assen bevinden zich links en rechts in de zijgevels met in de eerste bouwlaag een hoog venster met ouder kozijn met luiksponning en schuifraam met 8-ruits bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. De kozijnen behoren nog tot de villa uit 1873, waarvan tevens in het rechter venster van de rechter zijgevel het 6-ruits schuifraam bewaard is gebleven, terwijl de linker zijgevel in het linker venster nog het 2-ruits bovenlicht van het oudere raam bezit.

Het voorhuis is aan de linker zijde onderkelderd. Hier bevindt zich in de linker zijgevel en laag geplaatst kelderlicht in een gemetselde koekoek, met rooster.

De rechter zijgevel van het achterhuis heeft links een (later ingebroken?) deur met bovenlicht en rechts daarnaast een venster met stolpraam en enkelruits bovenlicht. Geheel rechts bevindt zich een brede moderne glaspui. De linker zijgevel heeft een deur met schouderboogpaneel en raampje met smeedijzeren glasbeschermer en een enkelruits bovenlicht, aan weerszijden geflankeerd door een venster met 6-ruits schuifraam, bij het rechter venster verder voorzien van een voorzetraam (stolpraam (dubbel draairaam) en enkelruits bovenlicht). Deze openingen sluiten af met een steens strek aansluitend op de gootlijst.

De achtergevel is grotendeels gewijzigd, maar heeft in de middenas nog de dubbele koetshuisdeuren (opgeklampte deurvleugels met bovenin een 8-ruits raam, onder een lateibalk en rollaag. Het dakhuis hierboven heeft een rechthoekig venster onder een rollaag met (gewijzigd) enkelruits raam. Links van de koetshuisdeuren bevinden zich twee kleine vensters met enkelruits ramen en rechts een moderne grote rechthoekige glaspui.

Erf:
Rond het huis ligt een forse tuin met monumentaal geboomte. Rechts voor het huis staat een forse kastanjeboom. Links voor het huis bevindt zich een oprijlaan, met een forse rode beuk links naast het huis. Voor het huis bevindt zich aan straatzijde een watersingel, met links een oude betonnen brug met smeedijzeren balustrade aansluitend op gietijzeren achtzijdige hekposten. Bij de brug een forse treurbeuk. Verder langs de laan kastanjes. Rechts achter en naast het huis een boomgaard. Achter het huis een diepe siertuin.

Architectuurhistorische waarde:
De villa Het Kasteel heeft een zeer markant, statig voorhuis, dat tot de meest karakteristieke historische panden van de dorpskern van Weurt kan worden gerekend. Het huis lijkt van de groep landelijke villa's het jongste voorbeeld. In het huidige gebouw zit echter een huis uit 1876 verscholen achter en klampmuur. In haar huidige staat is het huis een goed voorbeeld van een zakelijk opgezette villa uit de vroege 20ste eeuw en is daarnaast tevens een goed voorbeeld van een landelijk herenhuis, waarbij stedelijke architectuur is gecombineerd met een opzet gebruikelijk voor (T)boerderijen. Het huis bezit diverse waardevolle en zeer karakteristieke details (o.a. fraaie kap met klokketorentje) en is nog vrij gaaf bewaard gebleven. Het huis heeft verder een interessante nog afleesbare bouwgeschiedenis (achter de klamp van 1913 is nog de oude villa uit 1876 bewaard gebleven, waarvan ook enkele details zoals 6-ruits schuiframen gehandhaafd zijn.

Situeringswaarde:
Het markante huis is gelegen aan de rand van het zuidelijke deel van de dorpskern, in een thans door de aanleg van de Van Heemstraweg doodlopende straat. Het huis ligt in een fraaie tuin met watersingel met brug en monumentaal geboomte aan de voorzijde en bepaalt het historische beeld ter plaatse in hoge mate. Het pand behoort samen met de kerk, pastorie, klooster en enige andere villa's tot de bekendste en meest gezichtbepalende panden van de oude dorpskern en is van belang voor het zichtbaar houden van de historische dorpsstructuur.

Sociaal-economische/cultuurhistorische waarde:
Het gebouw is een typerend voorbeeld voor een plattelandsvilla, dat door de aanwezigheid van een bedrijfsgedeelte (ook al aanwezig bij het eerste huis) oogt als een grote, rijk vormgegeven (T)boerderij, maar waarvan de functie op de eerste plaats dus niet agrarisch was. In Weurt zijn hiervan meerdere voorbeelden bekend (Huize Weurt, villa Roozenburg, villa Zonnekamp). In dorpen hadden mensen die niet in de eerste plaats op het land werkten echter vaak wel een stuk grond voor eigen gebruik, waardoor hun onderkomen ook een bedrijfsgedeelte bezat voor wat vee en opslag van produkten, waardoor hun architectuur nauw aansloot bij die van boerderijen. Soms had men boeren in dienst die het land voor hen verbouwden en waren ze zelf werkzaam in de lokale industrie of dienstensector. Deze villa werd gebouwd voor de invloedrijke baksteenfabrikanten Burgers, welke een grote rol speelden in het economische en sociale leven van de plaatselijke gemeenschap en middels hun schenkingen aan bouwplannen, en het zelfstandig geven van bouwopdrachten een belangrijke bijdrage leverden bij de totstandkoming van historisch belangwekkende, en veelal ook fraaie architectuur, zoals dit pand, de Andreaskerk, het klooster en Huize Weurt.

Dit pand is een door de gemeente Beuningen, waartoe Weurt al vanaf begin van de 19e eeuw toe behoort, aangewezen gemeentelijk monument.

datum foto: 28-09-2016
bron foto:Paul Marsman© 


 

                       Design details: Paul Marsman© logo banner NG smal in hoogte