Binnenkort op logo banner NG smal in hoogte:  
 - Veel moois in Ubbergen 
 - Veel mooie panden in Beek    
 - Het ontstaan van de Broerdijk   
 - Kerken in Lindenholt

Mariënburg

logo NG dubbel rood 2 non boldOp deze pagina staan de objecten in/aan de Mariënburg in het Centrum:   

Klik op het item wat u wilt zien voor directe toegang of scroll door alle artikelen van deze straat. Via het balletje met pijl rechts onderaan komt u hier weer terug (browsers in Windows).  

Klik hier of op een onderstaande foto om terug te gaan naar de pagina Nijmegen Centrum / Benedentad.


 

 

 

 

   

   

   

   


    logo NG dubbel rood 2 non bold
Het Arsenaal

Het Arsenaal staat in het stadscentrum aan de Mariënburg (formeel adres: Arsenaalpoort 1 t/m 18).

Het is een groot misverstand dat het Arsenaal dienst heeft gedaan voor de legers van Napoleon, hetgeen bij veel Nijmegenaren de gedachte is. Het pand is in de na Napoleontische tijd tussen 1820 en 1824 gebouwd en dat jaar geopend als artillerie- of tuighuis op de plaats van het voormalige kloostercomplex Mariënburg waar de tegenovergelegen Mariënburgkapel deel van uitmaakte. Tot 1908 maakte het arsenaal deel uit van de Mariënburgkazerne.

DSC 0567 ShiftN 3 edited naamHet pand werd eigendom van de gemeente Nijmegen die er een stadswerkplaats in vestigde. Deze verhuisde in 1938 en de bedoeling was om het arsenaal als gemeentearchief in gebruik te nemen.

De Tweede Wereldoorlog verhinderde dat en na de oorlog keerde de stadswerkplaats terug omdat haar pand aan de Dominicanenstraat zwaar beschadigd geraakt was. Tevens werd het een werkplaats voor het er tegenover gelegen politiebureau en vanaf 1968 het bureau gevonden voorwerpen en rijwielen.

In 1978 verhuisde het gemeentearchief, na een verbouwing, alsnog van de Mariënburgkapel naar het Arsenaal. In 2001 verhuisde het archief naar de naastgelegen nieuwe bibliotheek. In 1999 werd door de gemeente besloten tot een deels commerciële en deels culturele bestemming van het pand.

In 2003 opende in de ene helft horecabedrijf het Vlaams Arsenaal en in de andere helft werden de instellingen Europese Stichting Joris Ivens, Nijmegen Blijft in Beeld, Dziga, werkplaats voor filmmakers en videokunstenaars, Vlaams Cultureel Kwartier en D-Film gevestigd die verenigd werden als vereniging Het Arsenaal. In het midden van het pand werd een doorgang gemaakt die de nieuwe Moenenstraat met de Marikenstraat verbindt. Achter het Arsenaal, op de Arsenaalplaats, kwamen terrassen.

Het Arsenaal is een rijksmonument

datum foto: 26-02-2016
bron foto: Paul Marsman©  


    
   logo NG dubbel rood 2 non bold
Voormalige Kamer van Koophandel   

Kantoorgebouw aan de Mariënburg.

In de vroege 20ste eeuw lag het financiële hart van Nijmegen in de omgeving van het Mariënburg. Diverse banken en bedrijven waren in dit gebied gevestigd. In dit verband kan ook de vestiging van de Kamer van Koophandel aldaar, in 1932, gezien worden. In dat jaar werd het gebouw gerealiseerd naar ontwerp van de bekende Nijmeegse architect Charles M.F.H. Estourgie.

Oorspronkelijk werd het gebouw ontworpen om in een gesloten straatwand van het Mariënburg te worden opgenomen, maar in 1955 bleek het perceel rechts (ten westen) van het pand onbebouwd te blijven, waarna zoon Emile F. Estourgie een aantal vensters voor de blinde gevel ontwierp (zie 1e reactie), tezamen met enige wijzigingen in het interieur van de begane grond en de kelder. Vervolgens ontwierp hij in 1969 ook de uitbreiding van het gebouw, die een opbouw op de begane grond aan de achterzijde inhield, alsmede een nieuwe achtergevel. In 1972 werd ter versiering van de in het oog liggende, want in de rooilijn van het Mariënburg vooruitspringende, nog altijd grotendeels blinde gevel een kleurige gevelversiering in keramiek aangebracht (zie ook 1e reactie), van de kunstenaar Hendrik Meek, voorstellende 'gevleugeld paard, symbool van de communicatie tussen de volkeren'. Op het moment van inventarisatie stond het pand leeg.

DSC 2885 3 ShiftN edited naamHet betreft een solide kantoorpand, gesitueerd op de hoek van het Mariënburg en de Passage Mariënburg in de rooilijn van het oostelijk deel van het Mariënburg maar vooruitspringend ten opzichte van het arsenaal dat ten westen van het pand ligt. Het pand ligt op een rechthoekige, lange en smalle kavel, aan de voorzijde drie bouwlagen en zolder onder zadeldak bevattende, met aan de achterzijde oorspronkelijk één bouwlaag, die later is verhoogd met nog een laag. Op de begane grond bevonden zich de kantoren van nummer 85, met monumentale portiek-ingang links in de gevel; op de verdiepingen bevonden zich eveneens kantoren van nummer 86, met ingang naar trappenhuis rechts in de gevel.

Het voornaamste bouwvolume bevindt zich aan de voorzijde en bestaat uit een kelder, drie bouwlagen en een zolder onder zadeldak, waarachter zich nog een plat dak met balkon bevindt op de tweede verdieping. Achter dit hoofdvolume was de bouw oorspronkelijk slechts laag hoog, met een kleine opbouw verder naar achter, maar in 1969 is dit met een (hoger dan aan de voorzijde gelegen) verdieping verhoogd. Op het platte dak hiervan is het muurwerk aan de achterzijde verder opgemetseld en met een, constructief loze, betonnen balk met het platte dak aan de achterzijde van het hoofdvolume verbonden, zodanig dat de illusie van een doorlopende daklijst ontstaat. De achterbouw heeft geen monumentale waarde. Het zadeldak is gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Aan de voorzijde is een uitbouw links in het dak, die een voortzetting van de gevel is en overkomt als ware het een gigantische schoorsteen. Dat dit element vooral vanwege de esthetiek is ontworpen, blijkt uit de smalle en hoge en daarom weinig functionele, ruimte in deze opbouw. In de zijgevel van deze opbouw bevindt zich een rond venster, dat uitkijkt over het dak.

De gevels zijn uitgevoerd in baksteen in halfsteensverband; de voorgevel echter in een afwijkende felrode imitatie handvormsteen, met enige subtiele horizontale en verticale verspringingen in het vlak van het metselwerk. Het geheel staat op een plint van natuursteen (waarschijnlijk kalkzand) met groene zweem. Aan de voorzijde reikt deze plint beduidend hoger: tot aan het kalf van de vensters. De goot gaat schuil achter de gevelbekroning in expressieve vormen, die bestaat uit een kunststenen gootlijst met golfmotief en verticale accenten. Op de vergaarbak voor de regenpijp rechts in de gevel staat in reliëf het jaartal 1932. Centraal in de gevel bevinden zich op de eerste en tweede verdieping identieke raampartijen met kunststenen dorpels en stijlen. Vier vierkante draairamen zijn gekoppeld onder het kalf, hierboven bevinden zich 6-ruits bovenvensters (valramen) met decoratieve glas-in-lood ramen met voornamelijk geel glas in horizontale ruitjes. Hierboven bevindt zich een forse kunststenen bovendorpel die rechts verder in de gevel doorloopt, waaronder een decoratie, eveneens in kunststeen, in de vorm van de letters IT. Op de begane grond vinden we dezelfde vensters; nu echter zonder een dergelijke bovendorpel en zonder glas in lood. Alle vensterkozijnen in het gebouw zijn van staal. In de portiek links op de begane grond, leiden drie natuurstenen treden naar een niet-originele deur. Boven de toegang tot het portiek is het natuursteen 'zelfdragend' in radiale blokken gemetseld met een 'verzakte' sluitsteen. Boven het kalf is een bovenlicht dat de horizontale serie van de overige bovenramen op de begane grond doorzet. In dit bovenlicht is echter een glas-in-lood raam aangebracht, dat een schildering van Nijmegen met Stevenstoren, tempel, bedrijfsgebouwen, wapen en tekst 'renovatum 1955' bevat, en is gesigneerd 'Hubert Estourgie'. Voorts is in de portiek in het natuursteen de goudgeschilderde inscriptie 'brieven' te vinden, alsmede de tekst 'Op 2 april 1932 werd deze hoeksteen geplaatst door J. van Engelenburg, L.Czn'. Rechts in de gevel leiden twee treden naar een originele houten deur. In het metselwerk boven deze entree is een subtiele reliëf verwerkt. Boven de deur vormen drie kleine glas-in-lood raampjes het bovenlicht. Deze zijn boven elkaar geplaatst met kunststenen onderdorpels die verder door naar rechts lopen.

DSC 0564 3 ShiftN edited naamDe zijgevel (op het westen) was oorspronkelijk geheel blind, maar is in 1955 van vensters voorzien op de begane grond. Deze grote vensters in stalen kozijnen onder kunststenen bovendorpel hebben een kleinere onderruit (waarvan enkele als draairaam) en een grotere bovenruit (waarvan enkele als valraam). Nabij de voorgevel vormen twee van zulke eenheden een venster, terwijl verder naar achteren twee grote horizontale vensters zijn ontstaan door vijf van die eenheden te koppelen. Op verdiepingshoogte is er een groot verticaal venster aangebracht in het trapportaal, bestaande uit drie ruiten boven elkaar, elk geflankeerd door smalle verticale ruiten. In de plint bevinden zich drie kelderlichten. Voorts is in de zijgevel een grote dubbele deur opgenomen die vermoedelijk pas bij de verbouwing van 1969 is toegevoegd. Dit geldt in ieder geval voor de verdieping aan de achterzijde van het gebouw, die een horizontale serie vensters vertoont, die vrijwel identiek zijn aan die op de begane grond. De achtergevel stamt ook geheel van de verbouwing uit 1969 en heeft geen monumentale waarde. Dit laatste geldt in feite ook voor de zijgevel, ware het niet dat het in het oog springende kunstwerk er in 1972 op is aangebracht.

In het interieur is de originele indeling nog voor een deel bewaard gebleven. Op de eerste bouwlaag is deze echter grotendeels gewijzigd. Er is een trappenhuis met houten bordestrap met originele balustrade met geprofileerde leuning en ornamentele trappalen en spijlen. Op de zolder is er een kapconstructie die bestaat uit twee jukken volgens de constructie van het Hollands spant. Aan de achterzijde is er een uit het dak stekende balkonopbouw met links nog de originele houten tweeruits draairamen ter weerszijden van de balkondeur. Op de tweede verdieping zijn de vier originele houten hoekkasten in de twee voorkamers bewaard gebleven. Op de tweede en derde bouwlaag zijn ook diverse oorspronkelijke eenvoudige geprofileerde deurkozijnen en paneeldeuren nog aanwezig. Boven de systeemplafonds zijn de zwaar beschadigde resten van de originele stucplafonds met kooflijsten en centrale cirkel nog bewaard. De vensters zijn door het hele gebouw veelal voorzien van vensterbanken in roodgeaderd marmer. In de kelder is centraal een grote kluis gesitueerd, die vermoedelijk uit de bouwtijd dateert. In de noord-west hoek van de kelder vinden we nog een toiletruimte met originele paneeldeuren met dekstukken en bovenruit, die opvallend genoeg, explicieter zijn vormgegeven (in de sfeer van de voorgevel) dan de paneeldeuren op de verdiepingen.

Architectuurhistorische waarde:
Het pand is een in zijn uiterlijke verschijningsvorm goed en gaaf bewaard gebleven zakenpand uit het tweede kwart van de 20ste eeuw. Het pand is in hoofdvorm en vormgeving een typisch voorbeeld van jaren '30 architectuur in de overgang tussen expressieve en nieuw-zakelijke vormgeving. Markant is de zeer gedetailleerd vormgegeven voorgevel met subtiel siermetselwerk en stalen ramen, originele houten deur en expressief geornamenteerde gootlijst. Het betreft typisch Nederlandse architectuur, die in de algehele compositie van het ontwerp min of meer verwant is met ontwerpen uit dezelfde periode van de architecten W.M. Dudok en J. Wils. Binnen de Nijmeegse binnenstad is het hiermee een vrij zeldzaam voorbeeld van een zakenpand in deze stijl en heeft daarmee aanzienlijke architectuurhistorische waarde. Het interieur bevat nog enige waardevolle details, die ook typisch zijn voor de periode waarin het gebouw is ontworpen.
De architect van het gebouw is de bekende Nijmeegse architect Charles Estourgie, die in vergelijkbare trant onder andere ook het voormalig meisjespensionaat Mariënburg ontwierp.

Stedenbouwkundige waarde:
In de sterk veranderde bebouwing rond dit deel van het Mariënburg is dit pand nog een van de weinige dat een waardevolle historische architectuur koppelt aan de ligging in de oudere rooilijn van het oostelijk deel van het plein. Al met al vormt deze gevel een subtiel uitgebalanceerd geheel in typische jaren '30 stijl, ergens tussen expressionisme en nieuwe zakelijkheid. Het pand vormt binnen de staalkaart aan bouwperioden die we rond en op het plein vinden, met name door de architectuur van de voorgevel een waardevolle bijdrage van de eerste helft van de 20ste eeuw en is daarmee, en door de markante bouwmassa, prominent op de straathoek gelegen, een sterk beeldondersteunend element.

Cultuurhistorische waarde:
Het pand heeft enige cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke functie van Kamer van Koophandel, die duidelijk gerelateerd was aan de vroeg 20ste-eeuwse ontwikkelingen in dit deel van Nijmegen, die de naaste omgeving tot het kloppend financiële hart van de stad maakten.

Momenteel zit in dit gebouw een hypotheekverstrekker.

De vroegere Kamer van Koophandel is een gemeentelijk monument.

datum 1e foto: 5 oktober 2017 
datum 2e foto: 26 februari 2016 
bron foto's: Paul Marsman© 



   
Voormalige Rotterdamsche Banklogo NG dubbel rood 2 non bold

In de vroege 20ste eeuw lag het financiële hart van Nijmegen in de omgeving van het Mariënburg. Eén van de aldaar gevestigde banken was de Rotterdamsche Bankvereniging, de latere Rotterdamsche Bank.

In 1929 werd in opdracht van de Rotterdamse Bankvereniging een uit het begin van de 20ste eeuw daterend dubbel woonhuis door de Nijmeegse architect J.G. Deur (1892-1964) verbouwd tot bankgebouw in de trant van de regionale variant op de Amsterdamse Schoolstijl. De achtergevel werd hierbij maar ten dele in het ontwerp opgenomen. De contouren van het dubbel woonhuis zijn hier nog goed waarneembaar. Ook de gespiegelde tweebeukigheid is nog afleesbaar en restanten van de voormalige veranda zijn nog rudimentair aanwezig. De meeste kozijnen zijn inmiddels vervangen of geheel uitgebroken. In het interieur dringt de hal als het ware een van de oude woonhuizen binnen, waarbij de betegelde kolommen de doorbraak maskeren van de begane grond van het voormalige woonhuis.

DSC 0582 3 edited ShiftN naamOorspronkelijk lag het gebouw in de gesloten straatwand van het Mariënburg, maar toen tijdens de wederopbouw de straat Klein Mariënburg werd doorgebroken, kwam de blinde noordzijde vrij aan deze straat te liggen en staat het pand sindsdien op de hoek.

Na de fusie met de Amsterdamsche Bank, waaruit de AmroBank ontstond, werd het pand een administratief centrum van die bank voor uitsluitend intern gebruik. Het clienteel werd in het oude hoofdkantoor van de Amsterdamsche Bank aan de Burchtstraat ontvangen.

Na het gereedkomen van het nieuwe pand op het Keizer Karelplein in de 70er jaren van de vorige eeuw, werd het gebouw op de foto afgestoten door de AmroBank en werd de Burchtstraat een bijkantoor en landelijk opleidingscentrum voor de AmroBank. Het pand op de foto is in 1984 verbouwd tot filmhuis naar plannen van E.A. Hulstein en J.H. Fokker, waarbij onder andere de noordwand van de centrale hal werd opengebroken ten bate van een raampartij. De blinde noordgevel werd versierd met gekleurde tegels naar een ontwerp van Jos Rutten uit 1987.

Het gehele pand is als geheel een door de gemeente aangewezen gemeentelijk monument.

datum foto: 26-02-2016
bron foto: Paul Marsman©   


                                         Design details: Paul Marsman© logo banner NG smal in hoogte